Landschapstekening Vlaamse jeugdwerk
Description du marché
Het Jeugddecreet van 23 november 2023 regelt, naast het jeugd- en kinderrechtenbeleid, de ondersteuning van het jeugdwerk. Dit decreet is een mijlpaal in het jeugdwerkbeleid: het stroomlijnt de ondersteuning die in de voorbije decennia door verschillende decreten werd geregeld. Na deze belangrijke wijziging van het decretaal kader is er in het regeerakkoord 2025-2029 gekozen voor regelrust en een beleidsevaluatie. In de beleidsnota Jeugd 2025-2029 wordt dit geconcretiseerd in een nulen één-meting, een landschapstekening en onderzoek naar doelgroepen. De landschapstekening is het voorwerp van deze opdracht. De beleidskeuzes over de ondersteuning van het jeugdwerk vertrekken van een visie op jeugdwerk die in het Jeugddecreet is vastgelegd. Artikel 3, 15°, definieert jeugdwerk als: “Het sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd van drie tot en met dertig jaar, in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd, die daaraan deelneemt op vrijwillige basis.” Artikel 19 bepaalt de algemene subsidievoorwaarden. Uit die bepalingen blijkt onder meer dat de decreetgever heeft gekozen om in de eerste plaats autonome verenigingen van en voor kinderen en jongeren te ondersteunen. Dit ligt in lijn met het kenmerk van het Vlaamse jeugdwerk dat het voor en door de jeugd wordt georganiseerd. Het decreet onderscheidt in verschillende artikelen een aantal werksoorten, met specifieke doelstellingen, waaraan bepaalde vormen van ondersteuning worden gekoppeld: - artikel 31: werkingssubsidies voor landelijk georganiseerde jeugdverenigingen; - artikel 32: werkingssubsidies voor verenigingen informatie en participatie; - artikel 33: werkingssubsidies voor cultuureducatieve verenigingen; - artikel 34: werkingssubsidies voor geprofessionaliseerde jeugdverenigingen met kinderen en jongeren met een handicap; - artikel 35: werkingssubsidies voor geprofessionaliseerde jeugdverenigingen met kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie; - artikel 43: projectsubsidies voor bovenlokale geprofessionaliseerde open jeugdwerkingen; - artikel 44: projectsubsidies voor verenigingen met enkel vrijwilligers die bovenlokaal aan jeugdwerk doen met kinderen en jongeren met een handicap. De erkende en gesubsidieerde verenigingen kunnen worden geraadpleegd op de website van het departement: Gesubsidieerde organisaties jeugd | Departement Cultuur, Jeugd & Media. Enerzijds vat het decreet maar een deel van de diverse jeugdsector: nieuwe doelgroepen zoeken hun plaats; prioriteiten van jonge mensen verschuiven; nieuwe verenigingen zien het licht; werkvormen worden herontdekt of vernieuwd. Anderzijds blijken uit subsidieaanvragen, verantwoordingsdossiers en contacten met de jeugdsector nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen: - Het bereik van de jeugdbewegingen stagneert, weliswaar op een hoog niveau; - Het aantal vakantieorganisaties dat inspeelt op vragen van ouders naar vakantieopvang neemt toe; - De belangstelling van ouders voor vakantiekampen verschuift van internaat naar externaat; - Ondanks het hoge aantal uitgereikte attesten voor animatoren, staat het vrijwillig engagement van jongeren in het jeugdwerk onder druk door studentenarbeid, andere vrijetijdsbesteding en andere vrijwillige engagementen; - Superdiversiteit werkt een grote diversiteit aan jeugdwerk in stedelijke omgevingen in de hand, waaronder de ontwikkeling van zelforganisaties van jongeren met een migratiegeschiedenis in andere centrumsteden dan Antwerpen en Gent en in verstedelijkende gebieden; - De koepel Formaat verbreedt haar ondersteuning van jeugdhuizen naar open jeugdwerkingen; - Lokale besturen besteden initiatieven voor kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie uit aan landelijk georganiseerde jeugdverenigingen: bijvoorbeeld Arktos, Groep Intro of Lejo; - Er worden vernieuwende initiatieven voor dak- en thuisloze jongeren ontwikkeld; - Welzijnsinitiatieven – zoals de Overkopnetwerken – hanteren jeugdwerkmethodieken om jongeren te bereiken; - De ondersteuning van het jeugdwerk met kinderen en jongeren met een handicap leidt tot de snelle ontwikkeling van nieuwe initiatieven – vaak in de schoot van welzijnsvoorzieningen – onder impuls van de koepel Troef; - Er worden ook vernieuwende initiatieven die inzetten op mediawijsheid van en mediaproductie met jongeren ontwikkeld: bijvoorbeeld Blooshoofd, Link in de Kabel en Quindo. De nieuwe ontwikkelingen en initiatieven worden deels gevat door projectsubsidies voor experimentele projecten (artikel 39), of vernieuwende projecten ter uitvoering van het jeugd- en kinderrechtenbeleid (artikel 41). De werksoorten die in het decretaal kader zijn opgenomen, lijken niet langer voldoende om de verschillende praktijken te vatten. Bijvoorbeeld: intussen worden meer dan 60 jeugdverenigingen erkend als landelijk georganiseerde jeugdvereniging. Dit omvat zowel koepels van jeugdbewegingen, andere koepels van lokaal jeugdwerk (zoals Formaat, Roots, Uit De Marge of VDS), vakantieorganisaties, als jeugdverenigingen op kruispunten met andere beleidsdomeinen (ofwel Vlaamse geprofessionaliseerde jeugdverenigingen met kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie, zoals Arktos, Groep Intro, JES of Lejo). Bovendien worden de verschillende werksoorten geconfronteerd met andere uitdagingen. Bijvoorbeeld: de jeugdlokalen bij de jeugdbewegingen, de capaciteit bij de vakantieorganisaties, of de tenders van lokale besturen die de concurrentie tussen de geprofessionaliseerde jeugdverenigingen aanwakkeren.
Pouvoir adjudicateur
Secteur d'activité
Services d'audit
Recevoir les prochains marchés Recherche & développement en Belgique par email
Alerte quotidienne · 7 000 nouveaux marchés/jour
Pas de spam · Désabonnement en 1 clic