Opleiding van beroepskrachten in het jeugdwerk
Description du marché
Het Jeugddecreet van 23 november 2023 regelt, naast het jeugd- en kinderrechtenbeleid, de ondersteuning van het jeugdwerk. Dit decreet is een mijlpaal in het jeugdwerkbeleid: het stroomlijnt de ondersteuning die in de voorbije decennia door verschillende decreten werd geregeld. Na deze belangrijke wijziging van het decretaal kader is er in het regeerakkoord 2025-2029 gekozen voor regelrust en een beleidsevaluatie. In de beleidsnota Jeugd 2025-2029 wordt dit geconcretiseerd in een nulen één-meting, een landschapstekening en onderzoek naar doelgroepen. Het jeugdwerk in Vlaanderen wordt georganiseerd voor en door kinderen en jongeren. Vele jongeren begeleiden wekelijks of tijdens schoolvakanties als vrijwilliger in het jeugdwerk activiteiten voor andere kinderen en jongeren. Enerzijds worden deze vrijwilligers vaak ondersteund door beroepskrachten. Sommige beroepskrachten begeleiden bijna dagelijks vrijwilligers, zoals een beroepskracht in het jeugdhuis. Anderen ondersteunen vrijwilligers in het kader van ruimer bewegingswerk, zoals een regionale medewerker of een vormingswerker bij een koepelorganisatie. Anderzijds zijn er werkvormen waar beroepskrachten en vrijwilligers zij aan zij kinderen en jongeren begeleiden, omwille van specifieke noden van kinderen en jongeren, zoals in het jeugdwerk met kinderen en jongeren met een handicap of met kinderen en jongeren met een maatschappelijk kwetsbare positie. Om de vijf jaar kunnen erkende jeugdverenigingen een beleidsnota indienen om variabele subsidies aan te vragen. Uit de ingediende beleidsnota’s blijkt dat de meeste erkende jeugdverenigingen werken met beroepskrachten en inzetten op de opleiding en vorming van die medewerkers. Ze doen een beroep op het aanbod van de intermediaire organisaties: bv. De Ambrassade is het steunpunt voor de jeugdsector; JINT organiseert internationale uitwisselingen van jeugdwerkers. Ze ontwikkelen ook interne opleidingen en vormingen: bv. Formaat heeft een aanbod voor jeugdhuiswerkers, JES heeft een aanbod over werken met jongeren in een stedelijke context en Uit De Marge leidt jeugdopbouwwerkers op. En ze kijken over het muurtje naar het aanbod van andere vormingsorganisaties in het sociaal-cultureel werk en daarbuiten. Soms werken jeugdverenigingen samen en wisselen ze uit, o.m. in de schoot van De Ambrassade en JINT. Ook op internationaal vlak is de opleiding van beroepskrachten in het jeugdwerk belangrijk. De European Youth Work Agenda is het strategisch kader voor de ontwikkeling van jeugdwerk in Europa. De agenda is het resultaat van de derde European Youth Work Conference in Bonn in 2020. De lidstaten worden opgeroepen om te werken op acht terreinen, waaronder de uitbreiding, kwaliteit en maatschappelijke erkenning van jeugdwerk. De implementatie van de agenda wordt het Bonn-proces genoemd. JINT is betrokken bij o.m. een strategisch partnerschap over de opleiding en training van jeugdwerkers, nl. The Strategic Cooperation between National Agencies on Education and Training of Youth Workers. Uit de deelname van het departement aan verschillende Europese conferenties blijkt dat in verschillende landen de jeugdwerker vaker een beroepskracht is dan een vrijwilliger, en dat Vlaanderen minder ver staat dan andere landen wat de opleiding van jeugdwerkers betreft. Het Jeugddecreet regelt de kadervorming van jonge vrijwilligers in het jeugdwerk: trajecten die leiden tot een attest als animator, hoofdanimator of instructeur in het jeugdwerk. In de beleidsnota Jeugd 2025-2029 kondigt de minister een initiatief aan om ook een beleidskader te ontwikkelen voor de opleiding van beroepskrachten in het jeugdwerk. Deze opdracht heeft betrekking op het ontwikkelen van dit kader door middel van een stapsgewijs traject, in samenwerking met hogescholen, intermediaire en koepelorganisaties en de jeugdsector. De doelstelling van deze opdracht is om het bestaande aanbod van opleidingen en vormingen beter op elkaar af te stemmen, vanuit een gedeeld begrip over het vereiste profiel van een beroepskracht in het jeugdwerk. Het is bedoeling dat deze oefening niet alleen een duurzaam kader schept, maar ook op korte termijn een impact heeft op de opleiding en vorming van de beroepskrachten in de praktijk. Enerzijds worden de vraag en het aanbod in kaart gebracht. Anderzijds worden in proeftuinen in samenwerking met jeugdwerkers vernieuwende opleidings- en vormingsmethoden toegepast en de bruikbaarheid ervan getoetst. Het traject moet een antwoord geven op de volgende vragen: - Wat is het profiel van een beroepskracht in het Vlaamse jeugdwerk? - Welke opleidingen en vormingen bieden hogescholen, intermediaire en koepelorganisaties en andere vormingsorganisaties in het jeugdwerk vandaag aan? - Welke lessen kunnen worden getrokken uit de toepassing van vernieuwende benaderingen, zoals cross the line-trajecten en summerschool-activiteiten, voor de opleiding en vorming van beroepskrachten in het jeugdwerk? Om de resultaten te verduurzamen, is deze opdracht ingebed in een beleidstraject over de toekomstvisie op het jeugdwerk in Vlaanderen. De doelstelling van dit traject is om een gedragen en toekomstgerichte beleidsvisie op de ondersteuning van jeugdwerk en concrete beleidsvoorstellen voor te bereiden. De resultaten van deze opdracht worden ook voorgesteld aan de actoren die betrokken zijn in dit traject: de minister, het departement, de deskundigen in de beoordelingscommissies en de vertegenwoordigers van de jeugdsector. Deze opdracht is een opdracht voor diensten in de zin art. 2, 21° van de Wet overheidsopdrachten van 17 juni 2016.
Pouvoir adjudicateur
Secteur d'activité
Services d'audit
Recevoir les prochains marchés Conseil & services aux entreprises en Belgique par email
Alerte quotidienne · 7 000 nouveaux marchés/jour
Pas de spam · Désabonnement en 1 clic